Tasmania!

G’day!

Kort nadat ik eergisternacht op een donkere berggweg voor de vierde keer in een half uur tijd een wallabee dood reed met mijn auto, dacht ik bij mezelf: het leven kan rare sprongen maken, net zoals de wallabees op de weg dat doen.

Maar terug naar het begin… wat is er allemaal gebeurd de laatste tijd?

Na mijn tijd in Western Australia had ik een plan om van Adelaide naar Melbourne te fietsen. Aangezien ik een voorstander ben van radicale beslissingen besloot ik uiteindelijk een ticket te boeken naar Tasmanië, de meest zuidelijke eilandstaat. Ik vloog in op Hobart, de zeer aangename hoofdstad aan de zuidelijke oostkust. In een hostel ontmoette ik een man met een mountainbike met wie ik de volgende dag de prachtige Mt Wellington beklom, een mooie steile fietstocht die ons van zeeniveau naar de top op ruim 1000 meter bracht met prachtig uitzicht. Van hem hoorde ik dat er veel werk was in de lokale fruitteelt. Dat leek me op zich wel interessant om te ervaren en zodoende koerste ik verder naar het zuiden richting de wonderschone Huon Vallei, befaamd om zijn vele fruitgaarden. Bij toeval belandde ik in een bizarre backpackerenclave waar ze voor de volgende dag een baan voor me hadden als kersenplukker. Frapant om te vermelden dat er in dit smerige hostel met bijbehorende camping al ruim een maand lang ruim honderd Aziaten vertoeven die azen op een baan in de fruitteelt. Tegen betaling voor het verblijf in dit hostel regelen zij een baan voor hen, maar de meesten waren al weken werkloos. Pure discriminatie en uitbuiting tegenover hen want ik kon gelijk beginnen.

photo 5-1

Het kersenplukken ging me goed af, het is fijn om in de buitenlucht te werken en ruim een kilo kersen per dag te eten maar na een paar dagen is de spanning er gauw af en word het kersengepluk best saai. De collega plukkers waren gezellige lui, met hier en daar een interessant persoon, veel high-tech-backpackers en een verzameling verdwaalde zielen. Na een week in de backpackerenclave ontmoette ik Holger en Alexander uit Duitsland. Zij waren onafhankelijk van elkaar vanuit Duitsland naar Australië gefietst en waren al twee jaar onderweg. Fijne kerels en samen heel wat te bespreken, wereldfietsers onder elkaar zeg maar. Met hen ben ik gaan wild kamperen in de wildernis, net buiten Huonville, het dorpje waar we alle drie werk hadden in de kersenteelt. We kochten een zeil waaronder we kookten en zwommen dagelijks in de dichtbij gelegen rivier om op te frissen. Mooie tijden. Na drie weken in de wildernis geleefd te hebben was het kersenseizoen ten einde en namen we afscheid, onze wegen scheidden verder en ik besloot om meer van Tasmanië te gaan verkennen.

photo 1-6

P1060345

Tasmanië is een ongelooflijk mooie plek op deze planeet. Ik ben qua indrukwekkende landschappen en natuur best wel wat gewend maar Tasmanië wint de schoonheidsprijs. Via Hobart fietste ik verder over de Tasman Highway de oostkust tegemoet. Mijn eerste stop was Wineglass Bay, een iconische baai in de vorm van een wijnglas met een hagelwit strand en kraakhelder zeewater. Ik ontmoette een stel tienermeisjes die me uitnodigden om van hun kampeerplek gebruik te maken. Die nacht, terwijl de meisjes dronken op het strand zaten, lag ik in mijn tent te luisteren hoe een troep possums (rare brutale knaagdieren) ons kamp teisterden en plunderden.

P1060377

Mijn fietstocht vervolgde zich over de mooie heuvelachtige kustroute langs idyllische dorpjes en uitgestrekte stranden. Ik kampeerde bij de Dianas Lagune, waar ik Rosemary ontmoette in haar mini campervan. Rosemary was een ongehuwde oude vrijster met een papegaai op haar schouder die in de wilde jaren ’70 als playboy bunny New York onveilig maakte. Mooie verhalen bij het kampvuur die avond. Ik fietste verder naar de Bay Of Fires, een kilometers lang parelwit strand met niemand te bekennen, pure schoonheid en wildernis geheel onaangetast. Destijds zagen de eerste Engelse avonturiers die dit land aan het verkennen waren grote vuren op het strand van de Aboriginals die zo probeerden de indringers/boze geesten te verdrijven. Zowaar is de naam Bay of Fires ontstaan. Na een mooie nacht kamperen aan een baai liet ik de kust achter me en koerste ik de heuvels over het binnenland in.

phone2

In Derby, een klein dorpje omgeven door regenwouden met ooit een florerende Chinese tinmijn, zag ik langs de weg een Sadhu staan. (Een sadhu is een ascetische monnik die zijn leven wijdt aan bevrijding met betrekking tot de Hindoeistische context) Een vreemd verschijnsel want normaal gesproken kom je deze alleen tegen in India. Baba, geboren en getogen Tasmaniëer met lange baard en dreadlocks van 1,5 meter lang was het stoppen waard en ik besloot een praatje met hem te maken. Ik maakte kennis met zijn zoon Daniel en werd uitgenodigd om te blijven voor het eten. Deze ontmoeting is inmiddels alweer een maand geleden en ik ben nog steeds in Derby en woon bij Daniel. Ik help hem mee met het renoveren van zijn prachtige houten huis dat nationaal erfgoed is. We werken dagelijks aan het huis, eten de vruchten uit de tuin en de bossen en zwemmen dagelijks in de rivier met drinkbaar water. In het weekend werk ik samen met Baba bij Snow, een besnorde kerel die een dubbelganger is van die malle uitvinder van Mythbusters. Snow verzameld zware machines zoals bulldozers, tractors en graafmachines en ander zwaar geschut waar een motor aan zit. Hij sleutelt aan alles en spreekt over machines in vrouwelijke persoonsvorm. We zijn bezig met het bouwen van een houten schuur op het erf voor zijn klassieke auto’s, zagen dode bomen om met kettingzagen voor brandhout en drijven wilde koeien van veld naar veld. Sinds kort werk ik ook drie dagen per week in een grote kruidentuin in Bridport, een klein dorpje aan de Bass Strait, de grote zeestraat die Tasmanië scheidt van het vasteland. Stewart, de vrolijke eigenaar is een hyperactieve en topfitte Canadees van 65, een pure wereldreiziger die al tientallen jaren geleden neerstreek in Tasmanië en sindsdien zijn kruidentuin runt. Ik leer daar veel over het verbouwen en onderhouden van kruiden zoals koriander, tijm, munt, rozemarijn, basilicum, oregano en diverse groenten. Heel leuk en leerzaam werk.

Twee weken geleden ben ik een weekje op en neer gevlogen naar Melbourne om de stad te verkennen. Ik bezocht daar het Soundwave Festival waar ik talrijke favoriete bands zag optreden. Ik genoot van de gastvrijheid van Tyler en zijn familie die ik drie jaar geleden ontmoette in het mooie en vriendelijke Syrië, toen het nog geen uitzichtloze brandhaard was. Mijn plannen om binnenkort te gaan wonen en werken in Melbourne heb ik voorlopig op de lange baan geschoven. Via mijn maat Snow ben ik aan nieuw werk gekomen voor de komende maanden. Springfield Hatcheries, een zalmkwekerij in een naburige vallei omgeven door regenwouden, word de nieuwe uitdaging naast het houten huis renoveren en kruiden verbouwen.

Tasmanië is een wild land met wilde mensen, aldus de lokale bevolking, en die mening deel ik. Het is hier aangenaam en ik blijf voorlopig. En nu kom ik op het punt van het begin van dit verhaal: dat het leven rare sprongen kan maken. Je ontmoet iemand in een dorpje langs de weg, en een maand later woon je er, heb je vier werkgevers, een auto, een kring interessante figuren en gezellige dieren. Het bewijst des te meer dat het veel leuker is om open te staan voor alles dat op je pad komt en langer op een plek te blijven als je het naar je zin hebt. Opgaan in het dagelijkse leven. Het staat zelfs op de kentekens: ‘Tasmania, your natural state, explore the possibilities’.

Tot de volgende fax!

P1060392

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Life on the Wheatbelt….

photo 3-1

Hello folks,

Voor de verandering deze keer geen wilde reisverhalen over adembenemende landschappen, tropische oorden, ruige bergketens en eindeloze woestijnen. Nee. Het alledaagse leven in deze kontrijen waar ik me nu al een tijdje bevind is niet geschikt om een leuk reisboek over vol te schrijven. Het is hier alles behalve spannend. Nou ja, misschien zijn de lokale boeren met hun dagelijks terugkerende simpele humor en simpele levens een interessant onderwerp voor de wetenschapper met als onderzoeksobject ‘life on the Australian wheatbelt’, maar ik neem aan dat ook daar weinig animo voor is.

De dagen verstrijken langzaam in Narembeen, het gehucht waar ik dezer dagen werkzaam ben voor de CBH Group. Dit bedrijf is een overkoepelende organisatie die alle graanboeren van de gehele Australische ‘wheatbelt’ representeert. Tezamen produceren zij jaarlijks zo’n 80 miljoen ton (!) graan. Het hele proces is vrij simpel. Het graan word jaarlijks rond deze tijd van het jaar gemaaid en gezeefd. Vervolgens word het graan per vrachtwagen naar de graanopslag gebracht waar het graan word gewogen, getest en gekwalificeerd. Het word opgeslagen in grote schuren en gigantische openlucht opslagplaatsen die later worden bedekt met zeilen. Wanneer deze opslagplaatsen vol zijn word de boel afgesloten en voor een bepaalde periode volgespoten met een chemisch gas om zodoende de minuscule insecten te doden die zich tussen het graan bevinden. Per trein worden vervolgens wagonlading na wagonlading richting de havens gebracht van waaruit het de hele wereld word over verscheept. Dat is dat.

photo 1-2

Mijn positie binnen dit gebeuren is ook simpel. De eerste paar weken werkte ik op de weegbrug. Vrachtwagen na vrachtwagen komt binnen, word gewogen op een grote weegschaal, levert zijn lading af en word nogmaals gewogen zodat het gewicht van de lading bepaald kan worden en nadien deze data simpelweg invoeren in een computersysteem. Aangezien ik niet gewend was om 12 uur per dag op mijn luie reet achter een computer te zitten was ik, toen het oogstseizoen echt op gang kwam, blij dat iemand anders deze taak overnam. Moe worden van zitten, het bestaat dus echt! Mijn nieuwe taak bestond uit het bedienen van de ‘stacker’, een grote beweegbare lopende band die het graan via een traject van lopende banden in de grote openlucht opslag spuit. Deze taak vergt wederom ook weer veel geduld, aangezien het vullen van de opslag niet bijzonder snel gaat. Slechts eenmaal per half uur verplaats ik de machine twee meter om vervolgens weer een tijd te wachten om de machine weer 2 meter te verplaatsen. Er zijn zelfs dagen bij dat er uren lang geen vrachtwagens komen, en dus is het wachten, wachten en wachten. Godzijdank dat ik sinds kort zo’n slimme telefoon bezit met internet om de tijd te doden met het lezen van interessante informatie en het analyseren van de onbenulligheden op het nog altijd en immer fascinerende sociale netwerk….

photo 1-3

Onze opslag in Narembeen neemt tarwe en gerst aan. In de regio zijn er nog 180 soortgelijke opslagplaatsen. Op dit moment ligt er hier ruim 150.000 ton tarwe en gerst opgslagen. Het is vanwege de juiste weersomstandigheden de beste graanoogst in 18 jaar en er zijn in de gehele regio records gebroken. Toch wel leuk om daar deel van uit te maken en de algemene sfeer onder de boeren is opgetogen en blij, want in het verleden heeft menigeen een oogst verloren zien gegaan door regen of een insectenplaag.

Na twee maanden hier begint mijn verblijf meer op een spirituele ervaring te lijken. Narembeen is een klein dorpje met slechts een kleine supermarkt, een postkantoortje en een lokale pub, die dienst doet als regionale hotspot voor boerenpummels en vreemd lokaal gespuis. Het dorp bevind zich op een driesprong van invalswegen met het volgende gehucht op 50 kilometer afstand en een andere dorp op 80 kilometer de andere kant op. Voor de rest bestaat de omgeving uit eindeloze graanvelden bevolkt door ontelbaar veel irritante bromvliegen en inheemse insecten die het constant en onverzadigbaar op ondergetekende gemunt hebben. Een vliegennet over het hoofd is een must. En het is warm, heel warm. De afgelopen weken is de zomer pas echt goed begonnen en de zon brand er hier flink op los met dagelijkse temperaturen rond de 40 graden! De afgelegen locatie van deze werkplek  brengt ook de nodige spanningen met zich mee, alsmede de saaiheid van het werk. De crew ontwikkelt vanzelf de sociale spanningen. Roddel en achterklap ontstaat uit kleine irritaties en rare praktijken en vreemd gedrag die verschillende kampen vormen. De maskers worden vaak opgezet en de vreemde voortgang van dubbele identiteiten zijn uiterst opmerkelijk, en soms lastig te verteren. Dit was natuurlijk te verwachten en het is bijzonder leerzaam om te zien hoe deze processen zich ontwikkelen in verloop van tijd. Vergelijk het maar met een soort van Big Brotherhuis op een graanopslag. Toch zijn er ook wel een paar toffe peren aanwezig waarmee flink gelachen kan worden. Hulde aan Noord-Ierland en Duitsland bij deze. Desalniettemin loont mijn tijd hier. Het salaris is enorm hoog, mede door deze intensieve omstandigheden. En daar is het mij tenslotte om te doen, om in een korte tijd een financiële buffer op te bouwen die me de aankomende tijd weer onderdak, brood en water kan verschaffen. Nee, werken voor de Australische graanindustrie doe je niet voor de lol, alleen voor de poen, alhoewel sommige locals het waarschijnlijk met mij oneens zijn. Gelukkig maar….

Buiten het werk om valt er dus weinig te beleven in Narembeen. Ik lees veel, heel veel, en dat is fijn. Gelukkig is er een klein zwembad in het dorp dat zorgt voor verkoeling en is er een klein zoutwatermeer vlakbij in de omgeving waar de zondagen worden doorgebracht met dolle waterpret. Veel lokale boeren hebben een snelle speedboot in bezit en het waterskieën en knee-boarden was voor mij al weer jaren geleden en enorm leuk om te doen. Een paar weekenden terug ook nog een eigenaardig natuurverschijnsel bezocht, Wave Rock, een gigantische granieten rots in de vorm van een grote golf, zoals de naam al doet vermoeden. We hebben hem zelfs beklommen, en dat in 43 graden.

P1060325

2014 staat voor de deur, een nieuw jaar met nieuwe ronden en nieuwe kansen. Die ronden worden binnenkort gemaakt. Als voor mij deze aankomende weken de graanoogst ten einde komt, en hier de zaak op slot gaat, vertrek ik per vliegtuig naar Adelaide. Deze stad ligt aan de zuidkust van Australië. Vanuit Adelaide start mijn fietstocht richting Melbourne, een mooie route van pakweg 1000 kilometer over de populaire Great Ocean Road. Ik heb er zin in. Nieuwe kansen in Melbourne waar ik waarschijnlijk de komende maanden blijf vertoeven. Het wonderlijke Tasmanië ligt ook op de loer, dat is ook een serieuze optie…. keuzes keuzes keuzes….

Vrolijk 2014!

Tot fax

P1060328

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Welcome to Australia!

Hwr u gng?

Hier in Oz gaat het leven zijn gang, al wel niet ondersteboven. Na aankomst in Perth werd ik enorm gastvrij ontvangen door Don en Janet, kennissen van mijn ouders die vorig jaar zelf in Volendam op visite zijn geweest. In het grote huis in Mandurah, een rustig villadorp ten zuiden van Perth, stond een kamer voor me klaar. Vanuit deze basis kon ik mooi de sfeer proeven van dit nieuwe land, of beter gezegd continent, want het is hier immens groot en uitgestrekt. Vrijwel de eerste dagen meteen druk aan de slag gegaan om de administratieve rompslomp door te ploegen om de aankomende tijd aan de slag te kunnen. Don en Janet hebben me hierbij enorm goed geholpen en tevens heel veel informatie verschaft en leuke dingen en plekken in de nabije omgeving laten zien.

Na anderhalve week bivakkeren rondom Mandurah en Perth vond ik het tijd om er met de fiets op uit te gaan om wat meer te zien van het land. Ik besloot om de kustroute te gaan volgen in zuidelijke richting, met als eind bestemming het havenstadje Albany.  De eerste fietsdag werd meteen duidelijk hoe uitgestrekt dit land is. Een paar uur fietsen door de wildernis zonder bewoonde wereld aan te doen is geen uitzondering en vergt enige voorbereiding omtrent water en voer meenemen. Ik vond die avond een leuke kampeerplek ter hoogte van het dorpje Eaton aan een rivier waar ik een vredige nacht doorbracht. Tijdens het opstaan stond ik met mijn slaperig kop te kijken hoe speelse dolfijnen vrolijk uit het water sprongen en mij een goedemorgen wenste! Niet echt je alledaagse ochtend tafereel.  Die dag verder gerold naar Yellingup, een klein dorpje met een prachtig uitzicht over de Indische Oceaan waar de woeste golven keihard op de kliffen beuken. Vanaf hier volgde ik de Caves Road, een schitterende kustweg die vrijwel geheel door Nationale Parken heen loopt. In Prevelly, een befaamd surfdorpje met wederom weer extreme golven kampeerde ik de nacht om de volgende dag naar Kaap Leeuwin te fietsen. De bomen in de bossen werden hier al groter, met dikke vette uitschieters tegen de 40 a 50 meter aan. Hier zie je door de bomen wel nog het bos.

P1060302

Rond het middaguur bereikte ik de vuurtoren op de winderige kaap. Machtig om te zien hoe twee oceanen bij elkaar komen en met elkaar in de clinch liggen. Vanaf het dorpje Augusta werden de bossen pas echt serieus. Eindeloos lange wegen door gigantische bossen waar af en toe de kangoeroes uit de struiken vandaan schieten om voor je uit te huppelen. Ik vraag me af waarom evolutie ervoor heeft gekozen om, op een gegeven moment, de kangoeroe te laten huppelen in plaats van te laten lopen. Vage maar vriendelijke dieren zijn het. Australie staat ook bekend om zijn vele slangen. Ik denk dat de bekendste slang van het land toch echt de brandweerslang is. Naarmate mijn tocht vorderde ben ik ervan geschrokken hoe hevig en serieus de bosbranden de Australische cultuur bezig houdt. Vrijwel alle bossen en bomen hebben sporen van brand zoals zwart geblakerde schorsen en zogenaamde vuur-zones om de eventuele bosbranden tot stoppen te krijgen. Overal hangen ook borden met informatie omtrent risico’s en richtlijnen om brand te voorkomen. Toch gaan jaarlijks tienduizenden hectares bos en heide in vlammen op vanwege de extreme droogte en het hoge ontbrandingsgevaar. Ook op dit moment woedden er grote branden aan de oostkust en de mensen hier wachten in spanning af wat de komende droge zomermaanden voor onraad met zich mee gaan brengen.

P1060241

Afijn, mijn kuiten staan altijd in vuur en vlam als ik in het zadel zit en de tocht door de eindeloze bossen ging onder het genot van hevige regen verder langs de vreedzame en vriendelijke dorpjes Pemberton, Northcliff en Denmark. Daar kampeerde ik wild op een golfbaan, altijd leuk een ‘hole in one’ op twee wielen. Onderweg werd ik steeds aangevallen door gemene krijsende vogels die in het Duits ook wel de flötenvogel word genoemd. Navraag leert mij dat dit een gewone ekster is die zijn nest op een ietwat defensieve manier beschermd in deze dagen van lente.

De laatste etappe langs een mooie kustroute bracht me uiteindelijk in Albany, mijn eindbestemming. En met 740 kilometer op de teller in 8 dagen kijk ik terug op een geslaagde kennismaking met de lokale Australische bevolking, het vreedzame platteland en de gigantische bossen van zuid-west Australie. Vannochtend de bus terug genomen naar Perth en vanuit daar weer terug naar mijn thuisbasis bij Don & Janet in Mandurah. Vanuit hier kijken we verder vooruit….

P1060269

Ik was van plan om mezelf als gediplomeerde elektricien de lokale arbeidsmarkt op te gooien maar dat bleek nog niet zo simpel. De regels en normen in de elektrotechniek verschillen hier van de Europese en van iedere elektricien word verwacht dat ze de Australische ‘license’ hebben om werkzaamheden uit te voeren. Deze ‘license’ is te behalen door middel van een interne cursus van een bepaalde tijd. Maar aangezien ik nu al weet dat Perth niet mijn ideale droomstad is om lang te blijven huizen en helemaal Australie nog niet goed genoeg heb ervaren om uit te roepen als ‘Het Beloofde Land’ eerst maar even de kangoeroe uit de boom kijken. En dat uit de boom kijken gaat me vandaag de dag best goed af want ik kan voor mezelf wel redelijk snel beoordelen of een voor mij nieuwe stad bevalt of niet. Omdat Perth in principe een veel te uitgestrekte saaie stad is, te modern voor mij, te kil en kapitalistisch en met te weinig culturele actie en gezelligheid, lijkt het mij verstandig dat ik niet meteen veel tijd, geld en energie ga investeren in een proces van langdurig verblijven. Het word hier binnenkort ook behoorlijk warm. Deze regio heeft het hoogste UV straling gehalte ter wereld. Een half uurtje in deze zon geeft je meteen een rode clownsneus. Vandaar dat ik een van de schaarse fietsers op de weg ben.

Australie krijgt een ruime voldoende tot . Maar Perth scoort dus vooralsnog een onvoldoende. Tja, tegenwoordig kan ik met enige vorm van cynische oprechtheid eerlijk tegen mezelf zijn want na 57 bezochte landen word je vanzelf een beetje kritisch en besef je al snel wat op de lange termijn boeiend of saai kan zijn.

En dus ga ik eerst iets compleet anders doen. Ik ga de aankomende tijd mijn brood verdienen bij de jaarlijkse graanoogst. Het westen van Australie is onderdeel van de grote graanbelt. Hier word 40% van de wereldproductie van graan verbouwd in een gebied van ruim 150.000 vierkante kilometer. Zo’n 80 miljoen ton graan word jaarlijks verscheept naar 20 landen! Het kan dus zijn dat de ingredienten van je broodje pindakaas van vannochtend of je ijskoude pils  zijn oorsprong hier hebben. De CBH group, https://www.cbh.com.au/, de grootste producent van de regio, heeft me aangenomen voor een periode van 8 weken om te gaan werken op een zogenaamde ‘grainplant’, een soort van vol-automatische graanschuur.   Wat de exacte werkzaamheden precies zijn kan ik jullie nog niet vertellen. Ik ben door een heel process van intake gekomen en dat is allemaal goed gelukt. Het betaald enorm goed en zodoende kan ik van deze oogst  zelf ook mooi een graantje meepikken! En, als ik in totaal 3 maanden dit soort seizoenswerk doe, kan ik, als ik daar zin in heb, mijn jaarvisum met nog een jaar verlengen. Dus misschien is dit ook een investering voor de toekomst, wie zal het zeggen…….

Zoals men zaait, zo zal men oogsten.

Regards,

WP

(nieuwe pixels staan online…. )

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Back on track! WP goes Down Under……

Welkom op deze vernieuwde blog!

Mijn oude blog op web-log.nl is door de hedendaagse ontwikkelingen in bloggerland een tijdje terug al opgeheven. Alle verhalen van mijn vorige reizen zijn naar deze nieuwe WordPress pagina verhuisd. Voor wie ze lezen wil, ze staan in de archieven op datum. Vooralsnog ben ik zeer tevreden over deze site!

Een nieuwe blog met oude verhalen, dat is niet echt spannend! Niet getreurd. Vanaf aankomende donderdag 3 oktober vliegt ondergetekende weer het land uit. Met deze keer als bestemming Perth, aan de westkust van Australie. Het grote plan is dat er niet echt een plan is en vandaar zeg ik altijd: ‘het beste plan is geen plan’, dan kom je een heel eind. De kernwoorden zijn deze keer ‘werken’ en ‘fietsen’. Ik heb een werkvisum voor een jaar en in grote lijnen staan Nieuw Zeeland, Zuid Azie en India nog op het programma. Hoe dit allemaal gaat aflopen? Geen idee… De aankomende tijd zal via dit kanaal de berichtgeving plaatsvinden.

Voor wie zich verveelt staan er nog wat foto’s in de gallery van mijn onvergetelijke fietstocht door Engeland, Ierland en Schotland van afgelopen zomer die ik maakte met Marcel en Haroen!

 

Tot fax!

Your pal,

WP

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Jerusalem!!

19 oktober 2010- JERUSALEM !!
Shalom, shalom SHALOM !!!!!

Ik ben NIET doodgegaan, neergeschoten, beroofd of ontvoerd op mijn fietstocht door Europa en het Midden-Oosten… Integendeel! Ik lig de laatste dagen gewoon lekker uit te puffen op het zonnige strand van Tel Aviv, Israel!!! MISSION ACCOMPLISHED!!

Voordat ik aan mijn laatste etappe begon bezochten Nelly en ik de Dode Zee. Iedereen kent de verhalen dat je in deze zee blijft drijven vanwege het hoge zoutgehalte. De Dode Zee ligt 434 meter onder de zeespiegel en is daarmee het laagste punt op aarde. Geen vis, plant of organisme kan het extreem hoge zoutgehalte van 60 procent overleven. Het enige dat hier rondzwemt zijn wat nieuwsgierige toeristen. Ik verwachtte er niet veel van maar toen ik er zelf een duik in gaf was ik oprecht stomverbaasd! Ik bleef echt drijven en ik kon mezelf met moeite vooruitbewegen in dit prikkende zoutbad, waarin je gelijk het meest minuscule schrammetje of wondje voelt. Een vreemde maar verwonderlijke ervaring deze Dode Zee!

 

De volgende dag was het tijd voor de aller-aller-allerlaatste etappe van mijn legendarische fietstocht van Volendam naar Jerusalem. Nelly nam de bus naar de grens en ik vertrok met de fiets rond 8 uur in de ochtend vanuit Amman in westelijke richting. Een portie heuvels en een flinke afdaling naar ver beneden zee-niveau bracht me naar de King Hussein Brug grensovergang, op steenworpafstand van de Dode Zee. Aan de Jordaanse kant van de grens waren er nauwelijks problemen maar toch moest mijn fiets in de bus die over de brug naar de Israelische kant van de grens rijdt. Niemand mag zelf over de brug reizen want dit grensgebied is een van de gevoeligste grensgebieden ter wereld. Aan de Israelische kant was er zoals verwacht weer een knallend bureaucratisch feestje aan de gang: lange rijen geirriteerde reizigers, zwaarbewapede soldaten, camera’s, metaaldetectors, x-ray apparaten en chagrijnige brutale douaniers. Jolijt ten voeten uit! Eerst werd Nelly willekeurig aan de tand gevoeld en daarna ik zelf over onze beweegredenen in het ‘Heilige Land’. Nadat dit achter de rug was en ik eindelijk de veel gevreesde paspoort stempel dacht te krijgen zagen ze alle stempels van de landen in mij paspoort (precies alle vijanden van Israel, dat hielp mee!!) die ik hiervoor bezocht had en werd ik nogmaals tot vervelens aan toe ondervraagd over de meest onbenullige zaken. Israel = EXTREEM PARANOIDE. Dit hele proces duurde maar liefst 5 uur lang voordat ik eindelijk en al uitgeput het land binnen was en met de bus werd afgezet in Jericho, een oeroud stadje op de Palestijnse West Bank. Jericho is een van de oudste en tevens de laagste stad onder zeeniveau ter wereld en vanuit hier begon ik aan de laatste ‘verrassing’ van deze etappe: vanaf Jericho (-230m) naar Jerusalem (+700m), een klim van 35 kilometer en bijna 1000 meter in hoogte stijgend. Natuurlijk blies er een keiharde tegenwind door de stoffige vallei en ik besefte des te meer dat ik deze laatste uurtjes nog even ‘flink te pakken’ werd genomen….

Na veel zweet, checkpoints, verzuring en keihard getrapper reed ik net voor zonsondergang Jerusalem binnen, de meest heilige maar meest omstreden stad ter wereld! Ik finishte uitgeput maar ontroerd en voldaan voor de poorten van Jaffa Gate, in de oude stad!!! Ruim 4,5 maand gefietst door bossen, bergen, steden, dorpen, woestijnen en valleien in 20 landen met als eindstand 10134 kilometer op de teller van de Koga, Volendam <—> Jerusalem; IK HEB HET GEHAALD!!!!! De welbekende oerkreet ala MJK volgde en deed menigeen toerist en de oude stadsmuren van Jerusalem op zijn grondvesten schudden!

JERUSALEM!!!

Jerusalem

Trots reed ik even later de poorten van het oude Jerusalem binnen waar we onderdak vonden in een gezellig hostel in het midden van de bruisende bazaar. De volgende morgen gingen we samen op pad om net als de vele toeristen een paar dagen lang de stad uitbundig te verkennen. Voor zowel de joden, christenen als moslims beschouwen Jerusalem als een belangrijke religieuze stad.
Voor joden is de Klaagmuur de stenen expressie van hun religieuze traditie. Moslims komen naar Jerusalem, omdat op de Tempelberg de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee staan, de belangrijkste islamitische centra na Mekka en Medina. Voor christenen is Jerusalem de stad waar Jezus Christus leefde en werkte, gekruisigd werd en uit zijn graf herrees. Geen gebrek aan heilige plekken in Jerusalem!
We bezochten de Armeense. Joodse, Christelijke en Islamitische wijken van de oude stad, het serene Mt Zion, de plek van het Laatste Avondmaal, de graftombe van Koning David, de Tempelberg met de Al Aqsa moskee, de oude stadsmuren, de oogverblindende gouden Rotskoepel en uiteraard de Klaagmuur, want ondergetekende had eindelijk de kans om over ‘bepaalde zaken’ zijn beklaag te doen…..Ook liepen we tezamen met ietwat meer serieuzere pelgrims over het traject dat Jezus Chistus aflegde voordat hij aan het welbekende kruis werd genageld. Op de plek waar dit 2000 jaar geleden plaatsvond staat nu een sombere kerk, de Church of the Holy Sepulchre (Day of the Baphomets??) waar het en komen en gaan is van in trance verkerende christelijke pelgrims.

Het oude ommuurde stadsdeel van Jerusalem is een fascinerende plek waarin je als ware aan de lopende band door een labyrinth van straatjes van klooster, naar kerk, naar synagoog, naar kapel , moskeeen en heilige plaatsen word gevoerd. Jerusalem = magisch en onvergetelijk! Ik had van Pater Klaas Schilder een adres meegekregen: de kerk van St Peter in Gallacante, gelegen net onder mt Zion uitkijkend over de Olijfberg en de joodse begraafplaatsen net buiten de stadsmuren. Hier ontmoette ik twee mensen die lid zijn van de Orde van Assumptionisten, de orde van missionarissen waarvoor Klaas Schilder al ruim 40 jaar werkzaam is in de Congo. We dronken thee tijdens een verhelderend gesprek met een van de Congolese priesters uit het dorp in Congo waar Klaas werkzaam is en hij wist me veel te vertellen over de projecten en de werkzaamheden van deze missiepost. Een bijzonder leuk en leerzaam gesprek en ik ben er nu nog meer van overtuigd dat de gelden die ik met deze reis ophaal zeker weten op een juiste bestemming terechtkomen!!

Soldiers overlooking Dome of the Rock

soldiers

We bezochten ook het naburige Betlehem, de plek waar Jezus Christus die allereerste Kerstdag ‘ooit’ het levenslicht zag. Dit ging echter niet vanzelf want sinds 2003 hebben de Israelische autoriteiten een zogenaamde ‘afscheidingsmuur’ gebouwd om Israel te beschermen van de door Palestijnen gecontroleerde Westelijke Jordaanoever, oftwel de Westbank, om zo de veiligheid te verhogen en kans op terroristische aanslagen te verminderen. Het is een deels gebouwde constructie van wegen, hekken, prikkeldraad, muren, greppels, torens en poorten van circa 620 km, langs de groene lijn, een zelf uitgesproken grens van Israel. Toen ik deze gigantische betonnen muur stond aan te gapen moest ik wel even drie keer slikken en een KOKHALZ momentje was zeker op zijn plaats. Dit is het meest indrukwekkende, opzienbarende maar meest VERSCHRIKKELIJKE ding dat ik ooit in mijn leven heb mogen aanschouwen!!! Het lijkt net de Berlijnse Muur maar dan 2 keer zo hoog en breed en omheind met prikkeldraad. Honderduizenden Palestijnen zijn op deze manier afgesloten van hun familie en landbouwgrond en moeten soms uren reizen door vermoeiende zwaarbewapende checkpoints over een afstand die eigenlijk een paar minuten reistijd bedraagd. Wij als toeristen konden na het scannen door de x-ray en metaaldetector ( het begint nu echt als ‘normaal’ aan te voelen) zo doorlopen maar de Palestijnen worden nog grondiger gescreend met vingerafrukken en strenge controle’s. Racisme, onderdrukking en Apartheid, jawel beste mensen, het kan allemaal nog anno 2010 hier in Israel. Hoewel de Internationale Gemeenschap de bouw van deze muur al jaren afkeurd, toch
staat hij nog altijd overeind, en wie weet voor hoe lang nog?? De graffiti die de muur iets opvrolijkt geeft stof tot nadenken. Ik heb er een fotoalbum aan gewijdt:

De tragische Muur…

seperation wall

Na een paar dagen in Jerusalem te hebben bivakeerd hielden we de religieuze ‘gekheid’ voor gezien en namen de bus naar Tel Aviv, de meest moderne en grootste stad van Israel aan de Mediteriaanse Zee. Hier genoten we van de welverdiende rust met de aangename zon, zee en het mooie strand. Met de trein maakten we een dagtrip naar het leuke oude stadje Akko aan de noordkust. Onderweg in de trein ontmoetten we vele soldaten die hun diensttijd doen. In Israel is het heel normaal als je je dienstwapen, een vol-automatisch machinegeweer, mee naar huis neemt, dat is hier de norm, volgens het leger. En ze slapen er ook mee… dat is verplicht. Een land omringd door zogenaamde ‘vijanden’ en constant verkerend in oorlog en in hoogste staat van paraatheid, je kan er gewoonweg niet onderuit, zelfs niet in het dagelijkse leven. Nelly vloog de 15e oktober alweer terug, terug naar haar drukke leven in Parijs. Ik besloot om nog een klein rondje Israel te maken en fietste de mooie kustroute naar de grote havenstad Haifa. Na een overnachting aldaar fietste ik verder door de heuvels. Onderweg maakte ik een stop in Nazareth, de plek waar Jezus opgroeide en voor vele gelovige mensen een belangrijk pelgrimsoord. Ik eindigde de dag in Tiberias aan de Zee van Gallilee. Dit grote zoetwatermeer ligt net als de Dode Zee ver onder de zeespiegel en is tevens een belangrijke plek waar Jezus destijds, volgens de bijbelse mythologie, over water liep en vele opmerkelijke ‘wonderen’ verrichte. Na een overnachting in een vaag hostel (gerund door een Indiase familie??) in Tiberias besloot ik er defintief een eind aan te breien…
Ik ben moe. Ik ben klaar. Ik had geen zin meer. GENOEG gefietst. Ik stop ermee…
Ik besloot de bus terug naar Tel Aviv te nemen om mijn laatste dagen te slijten met een fruitshake, een goed boek op het strand en in de avonduren wat glazen bier in de gezellige barretjes die deze stad rijk is. Ik heb de afgelopen maanden mijn uiterste best gedaan, dat zeker!

En nu verwacht iedereen natuurlijk de ‘Moraal van dit Verhaal’. Wat was het mooiste? Wat was het leukste? Welk land is het beste? Wie is de gekste? Waarom HALZZ????
Tja, om de bui op voor te zijn, ik ben door 20 landen heen gefietst en allemaal waren ze het bezoeken waard en uitermate boeiend. Ik heb genoten van de enorme culturele diversiteit die deze reis met zich meebracht. Ik heb onderweg bijzonder veel geleerd over de geschiedenis en gebruiken van Europa en het Midden-Oosten en begrijp onze eigen cultuur en die van anderen nu des te beter. Er zijn ontelbaar veel interressante gesprekken gevoerd met zowel de lokals als reizigers uit alle hoeken van de wereld. Ik heb veel belangrijke kunst, museums, en werelderfgoed gezien en bezocht. Kwa natuurschoon was deze reis ook ongekend, van groene bossen, prachtige kustroute’s, John van der Heuvels, ruige bergketens, diepe dalen, kloven en ravijnen tot platteland en stoffige woestijnen, werkelijk alles is doorkruist. Oprechte gastvrijheid ervaarde ik in de meeste landen en er is geen enkel land waarin ik niet vriendelijk ben behandeld. Ik heb me in alle landen ten alle tijden enorm veilig gevoeld, en helemaal in de regionen van het Midden-Oosten, waar criminaliteit gewoonweg bijna niet voorkomt. Wel ben ik er enorm van geschrokken hoe vervuild en smerig het Midden-Oosten is in vergelijking met Europa. Op dat punt is er een lange weg te gaan….

En, na het doorkruisen van ontelbare bewapende militaire checkpoints en grensovergangen, het zien van miljoenen bom en kogelgaten in verwoeste gebouwen en bewapende soldaten die als ‘normaal’ worden gezien in het straatbeeld van sommige landen, besef ik nu, hoewel de fiets thuis wel op slot moet, des te meer hoe GOED wij het hebben in het SCHONE, VRIJE, VEILIGE westen zonder onderdrukking, vijandigheid, propaganda, recente bloedige oorlogsgeschiedenis, burgeroorlog, gore vervuiling en religieus extremisme…. . Ik denk dat het laatstgenoemde wel mijn ‘Moraal van dit Verhaal’ inhoud….. Desalniettemin kijk ik terug op een uiterst geslaagde fietsreis!!

Iedere dag was uniek en bijzonder, maar toch, een kleine greep uit een reeks onvergetelijke ervaringen van de zomer van 2010:

Katerig en slaperig maar op volle kracht Volendam uit fietsen met als bestemming Jerusalem!! Slapen tussen de koeien in een stal ergens in Zuid-Limburg (Nederland). De mooie Rijnroute (Duitsland). Lollige Duitse bierdrinkende kampeerders op vage campings (Duitsland). Het Cisterienzer klooster in Bebenhausen (Duitsland). Besneeuwde bergtoppen en mooie bergpassen in de zomerse Alpen (Oostenrijk). Overstekende slakken tijdens hevige regenbuien (Oostenrijk en Duitsland). Vijf dagen bieren en WK wedstrijden in een zonnig Munchen (Duitsland). De cathedraal van Linz (Oostenrijk). Abdij van Melk (Oostenrijk). Het wederzien van de ‘Muffe’ en ‘Jannig ‘kipsate kassie’ Kokhalz’ in een wilde nacht in de U-Club in Bratislava (Slowakije). Stonede Jaap en de Finse depressie in een tuin in Bratislava (Slowakije). Balaton meer (Hongarije). De gezelligheid, WK wedstrijden en slapeloze gekheid in Tiger Tims’s Place, Budapest (Hongarije). RODNEY (USA). Ongeschoren kerels met boeventronies op opgevoerde motors (Servie).Vier dagen ‘gekkehuis’ en ‘Halzz’ schreeuwende Engelsen op EXIT festival in Novi Sad (Servie). De kettingrokende travestiet in Hostel Flash in Belgrado (Servie). Ooievaarsaus (Kroatie). De hond Bobby T op een knusse boerderij (Kroatie). Pritvicki National Park (Kroatie). Het fenomenale zee-orgel in Zadar en de Adriatische Zee kustroute (Kroatie). Het appartement van Eugene in Split (Kroatie). De ijskoude rivier afzakken in het intrigerende Mostar (Bosnie&Herzegovina). Geniale songteksten bedenken vanuit het zadel (Bosnie&Herzegovina). Het tunnelmuseum in Sarajevo (Bosnie&Herzegovina). De Balkan volksmuziek en de gezellige Halzz avonden met de wielerploeg (de gehele Balkan). Oogverblindend natuurschoon en frisse berglucht (Montenegro). De vriendelijke toeterende Kosovaren (Kosovo). De blauwe staart van John de Wolf in het Art Hostel in Skopje (Macedonie). Voldaan afscheid nemen van Jan de Witte en Will Vonk als trouwe en gezellige reisgenoten in Skopje (Macedonie). Het kraakheldere Ohrid meer (Macedonie). Off-road in de achterhoek (Albanie). Sigarettenverkopers ipv fruitmarkten langs de weg (Albanie). De sublieme kloosters van Meteora (Griekenland). Wild kamperen op het strand tezamen met vriendelijke Bulgaren (Griekenland). Vijf dagen cultuur + jolijt in Istanbul (Turkije). De Aya Sofia in Istanbul (Turkije). De ondergrondse steden en de ballonvaart in Cappadocia (Turkije). Ternauwernood aan bliksem ontsnapt tijdens een van de wildste fietsdagen ooit (Turkije). De Tuz Golu zoutvlakte (Turkije). Miljoenen meloenen (Turkije). Zonsondergang op Mt Nemrut (Turkije). De Turkse gastvrijheid (Turkije). De malle ondervraging aan de grens van Kurdistan (Irak). Vier nachten wild kamperen in Iraakse wildernis (Irak). De spektaculaire Gali Ali Beg Canyon (Irak). De vriendelijke PKK guerilla strijders (Irak). Overnachting in een militaire kazerne (Irak). Een volle dag lang detentie en vermoeiende ondervragingen door Iraakse officieren (Irak). De Red Security in Suleymani (Irak). Mr Khalid de ‘redder in nood’ vrachtwagenchauffeur (Syrie). De oude stad en ‘souqs’ van Aleppo (Syrie). De unieke waterwielen van Hama (Syrie). Kruisvaarders kasteel Crac de Chevalier (Syrie). Daan de Terrorgabber in Beirut (Libanon). De nachtelijke bier en jam-sessie met locals op een pleintje in Damascus (Syrie). De kloven, ravijnen en magische graftombes van Petra (Jordanie). Zwemmen in de Rode Zee (Jordanie). Liften met een stoet vrachtwagens door de eindeloze woestijn (Jordanie). Zwemmen/drijven in de Dode Zee (Jordanie). De meest bizarre grensovergang OOIT (Israel &a
mp; Palestina). Aankomen na 10134 kilometer fietsen in Jerusalem (Israel & Palestine). De magische religieuze plaatsen in Jerusalem (Israel & Palestine). De krankzinnige verschrikkelijke afscheidingsmuur (Israel & Palestine). De Zee van Gallilee (Israel & Palestina). Het strand van Tel Aviv (Israel & Palestine). NIN – Burn aanvragen tijdens een Youtube-Night in een gezellig braaf barretje in Tel Aviv (Israel). En ga zo maar door….

Ik ben enorm blij dat ik deze reis in het teken heb gesteld voor een goed doel en zodoende een bijdrage van 5285 euro heb kunnen leveren aan het project van Pater Klaas Schilder die al ruim 40 jaar in Congo werkzaam is en de hulpbehoevenden aldaar ondersteund. Alle sponsors worden namens mij en de Stichting Pater Klaas Schilder enorm bedankt voor hun fantastische bijdrage!!!!!! Jan de Witte en Will Vonk worden nogmaals geprezen voor hun onvergetelijke bijdrage en teamspirit in de Balkanlanden en tegen alle lezers die me tijdens de reis hebben gevolgd zeg ik: bedankt voor de interresse! En tot slotte niet te vergeten: de Koga Miyata Globetraveller heeft me deze reis een grote dienst bewezen en mag worden geprezen voor zijn degelijkheid en betrouwbaarheid!

Ik keer eind deze week weer terug naar ‘Ut Durp’ … nieuwe ronden nieuwe kansen!

Over & Uit…

Wouter Prinsen

Posted in Uncategorized | Leave a comment

1001 Nights

08 oktober 2010 – 1001 nights
Salaam aleikum!!

Aan alles komt een einde, maar de klus is nog niet geklaard.

Mijn rustdag in het oeroude Aleppo was leuk en ik vermaakte mezelf met het dwalen door de ‘souqs’ (bazaar) in authentieke straatjes in het labyrinth van het oude stadsdeel. Het was vrijdag, een rustdag voor de moslims dus vrijwel alles was dicht en zodoende kon ik rustig alles verkennen zonder de chaotische drukte van belang. De citadel in Aleppo, met zijn immense slotgracht, is een van de mooiste en grootste die ik tot nu gezien heb omdat het zo robuust en sterk gebouwd is om elke vijandigheid te weerstaan. Aleppo is een niet te missen stad voor iedereen die Syrie bezoekt!

Winkel in Aleppo

In volle regen verliet ik Aleppo en dat was na weken van droogte en hitte heel aangenaam. Dit is een teken dat ook hier de zomer rustig aan op zijn einde loopt. Via Libed naar Arehia gerold waar ik door een man langs de weg werd uitgenodig thee te drinken in zijn huis. Zoals velen voor hem tijdens mijn tocht door het Midden-Oosten probeerde hij me ook te overtuigen van de voordelen van Islam en de grootheid van Allah. Maar telkens als ik bepaalde argumenten aansnijd waarvan ik overtuigd ben dat ze niet juist zijn en moeilijk te verdedigen word de discussie als snel beeindigd. Rare maar vriendelijke jongens die Islamieten… ik fietste verder met op afstand zwaar onweer, ditmaal niet gevaarlijk maar bijzonder mooi op afstand. Geslapen in een gigantisch snelweg hotel met zwembad en lekker eten. Voordat ik de volgende dag naar Hama fietste maakte ik nog een stop bij de oude Romeinse ruiines van Apamea. De overblijfselen van deze ooit machtige Romeinse stad waren niets meer dan grote hoop stenen met een paar pilaren waarin je de fantasie meer moet laten spreken dan de zintuigen. Ik arriveerde vroeg in de middag in Hama en bezocht de stad met een Aussie. De bekende bezienswaardigheid van deze stad zijn de waterwielen en die waren in tegenstelling tot de ruiines eerder die dag wel uniek in zijn soort. De gigantische houten waterwielen worden in deze stad sinds de 5e eeuw gebruikt om water in de aquaducten te pompen om de stad en omliggende landerijen te voorzien van water. Er zijn nog 17 wielen intact en de grootste meet wel 20 meter in doorsnede. Het was alleen jammer dat de rivier te laag stond om de wielen te zien draaien. Water schaarste in het droge Syrie en andere landen in het Midden-Oosten is een serieus probleem.

waterwielen

waterwielen Hama

Na de nachtrust op een mat op een dak van een hotel volgde ik al fietsend een mooie rustige route door een heuvelachtig gebied. Of waren het bergen? Volgens JdW zouden dit bergen kunnen zijn want het was af en toe flink steil. Eindstation voor vandaag was het grootste kruisvaarders kasteel in het Midden-Oosten: ‘Crac de Chevalier’. Destijds gebouwd in de middeleeuwen door de ridders die door de westelijke christenen gesteunde militaire invasies pleegde om het Heilige Land te bevrijden en te heroveren van de moslims. Dit immense kasteel op de top van een strategische heuvel vond ik wederom ook een van mooiste en overweldigende die ik deze reis gezien heb. Dikke muren van 3 meter dik en vele torens en grote binnenplaatsen die nog steeds goed intact zijn gebleven. Ik had geluk omdat ik het kasteel aan het eind van de middag bezocht en het vrijwel vrij van toeristen was en ik het kasteel bijna voor mezelf had.

De volgende morgen was ik al binnen een uur bij de Libanese grens. Het stempelen ging vrij vlotjes aan beide kanten maar toch werd ik eventje later bij een checkpoint nog goed aan de tand gevoeld: ”do you like Sharon?, do you like Hamas?, what about George Bush?, and do you like Israel?”. Ehm, tja, beste Bazen, gewoon neutraal blijven en zeggen dat je hier puur en alleen bent voor de natuur en een ritje trapperen. Zoals altijd was er niets loods en ik kon vrolijk doorfietsen. Eventjes later bereikte ik de kust en zag ik eindelijk de Mediteriaanse zee voor me liggen. Grote Palestijne vluchtelingen kampen op vervuilde stranden was het eerste dat ik daar aantrof. Met een stroeve tegenwind vanuit de zee bereikte ik even later Tripoli, een grauwe havenstad waar het niet de moeite waard was om langer dan een lunch-stop te vertoeven. Een paar kilometer verder bracht me naar Byblos, een leuk pittoresk stadje aan de zee waar een gemoedelijke sfeer hing. Ik kon er helaas geen slaapplek vinden en dus fietste ik weer verder. Toen de zon al onder was gegaan had ik nog steeds geen slaap of kampeerplek want de hele Libanese kust bleek een grote strip van chique resorts, beach clubs en hotels te zijn. Na veel gevraag evengoed in een overgeprijst 4 sterrenhotel overnacht. Het was uiteindelijk niet verkeerd om op zijn tijd eens in een lekker zacht schoon bed te slapen dus ik vond het niet erg. De volgende morgen was het nog een uurtje fietsen naar Beirut, de hoofdstad van het kleine Libanon. Ik nam intrek in een muf maar gezellig hotel vol met vage backpackers. Mijn verwachtingen van Beirut waren heel hoog maar na een volle dag de stad grondig verkend te hebben kwam ik erachter dat het niet was wat ik al die tijd in gedachten had. Er was weinig te beleven en het was benauwd vanwege het drukke verkeer in de smalle straten. Ook hier nog veel gebouwen met littekens uit de recente bloedige burgeroorlog en de Israelische invasies die hier de afgelopen decennia veel ellende heeft veroorzaakt. Het nachtleven waar ik veel over gelezen en gehoord was te fancy en chique voor mij, en op een blakke woensdag viel er zowieso weinig te beleven. Toch heb ik er een gezellige avond van gemaakt met Daan, een ultravage bejaarde terrorgabber uit Hilversum en wat relaxte Franse journalisten. Ik besloot de volgende dag Beirut te laten voor wat het is en ik koerste verder over een ruige bergketen naar de grens van Syrie. Een paar uur flink klimmen onder het genot van overheerlijke zwarte smog wolken van stinkende vrachtwagens. In feite ben ik maar 3 dagen in Libanon geweest maar nam genoegen met mijn korte bezoek. Na de grens en de afdaling schoot ik Damascus binnen, de hoofdstad van Syrie en tevens een van de oudste steden ter wereld. Damascus is een stad waar je het wel weken vol kan houden. Het labyrinth van bruisende souqs in de oude binnenstad is een aangename aanval op de zintuigen van geuren, kleuren, chaos en lawaai. Met enkele ”fellow travellers” deze prachtige stad goed van binnen en van buiten verkend, een zooi extreme Hezbollah propagana posters op de kop getikt en mezelf wederom laten wassen en schrobben in een van de badhuizen. En daar knapt men werkelijk van op! Frapant detail is de aluminium plaat met Israelische vlag erop die in een van de straten op de grond ligt en men je verzoekt overheen te lopen. Israel is niet populair in deze kontrijen….In de avonduren nog een gezellige avond gehad op een plein met bier drinkende lokals en geniale muzikanten die tot diep in de nacht briljante jam-sessies weggaven. Onvergetelijk! Toen ik de avond erna bij een fruitkraam een shake bestelde vloog voor mijn neus plotseling de naastgelegen CD winkel in brand! Grote vlammen en chaotische taferelen met primitieve blus-methodes. Gelukkig was niemand gewond en de oorzaak was natuurlijk gesmolten elektra kabels die kortsluiting veroorzaakten. Dat vond ik niet vreemd, want hier zit alles letterlijk en figuurlijk met touwtjes aan elkaar geknoopt….

welcome to syria

Na 4 dagen in Damascus was het weer tijd om verder te fietsen. Ik besloot om op mijn 1 na laatste etappe mezelf nog eens goed boos te maken en voor de record afstand te gaan. De weg naar Jordanie liep door een droog stuk heuvelachtig woestijngebied en na ruim 12 uur fietsen reed ik vermoeid Amman binnen, de hoofdstad van Jordanie. Het was een dag vol vreemde getallen. Ik bereikte de legendarische 10.000 kilometer mijlpaal, maar mijn achterband reed ik voor de eerste maal lek na exact 9998 kilometers en de dagafstand was een venijnige 199 kilometer. Zoals afgesproken vloog Nelly de volgende morg
en vanuit Kathmandu (Nepal) naar Jordanie. Afgelopen zomer werkte zij wederom voor 6 maanden aan de oude muurschilderingen van de Boedistische tempel in het dorpje Lo Mantang, in de afgelegen Mustang vallei in het Himalaya gebergte. Het was goed haar weer te zien na zo’n lange tijd!

We besloten meteen de volgende morgen naar Petra af te reizen, een van de moderne Zeven Wereldwonderen. Petra is een uit zandsteen gehakt oude stad die ooit bevolkt werd door de Nabateeers en deze plek was ooit een knooppunt op de karavaanroutes. De stad is gelegen in een kloof in de heuvels en is gedeeltelijk uit de rotsen uitgehakt. Vrijwel alle gebouwen die er ooit stonden, zijn nu ruïnes en archeologen zijn tot vandaag de dag nog bezig om delen onder het zand vandaan te krijgen. Petra werd pas echt bekend nadat de film ‘Indiana Jones and the Last Crusade’ hier de bekende opnames maakte. Hoewel extreem toeristisch, Petra vond ik werkelijk verbluffend en de vele graftombes, tempels en kloosters die er te zien zijn met daarbij het ruige landschap van bergen maakten dit bezoek ook weer een van de grote hoogtepunten van mijn boeiende reis door het Midden-Oosten.

PETRA

Na 2 dagen in Petra reisden we verder af naar Aqueba, een stad in het uiterste zuiden van Jordanie gelegen aan de Rode Zee. Hier konden we even lekker afkoelen in het water met zichtbaar het grensgebied van Israel, Egypte en Saudi Arabie om ons heen. De volgende morgen namen we de bus terug naar Amman maar al na 30 kilometer legde de versnellingsbak van de bus het loodje en besloten we niet te wachten op de monteur of ander transport. We besloten te gaan liften en werkelijk na 20 seconden langs de weg stopte er een karavaan van vrachtwagens met als lading Nederlandse pontons (drijvende platforms) op weg naar Dubai. De vriendelijke chauffeurs namen ons graag mee alleen hadden we de pech dat dit ‘speciaal tranport’ met een slakkegang door de woestijn ploegde. 8 uur later waren we 300 kilometer verder en net voor Amman begaf uiteraard een van de vrachtwagens het dus moesten we het laatste stuk evengoed liften naar het centrum van de stad. Ik besefte na zo’n lange reisdag van ‘bedakke’ met vrachtwagens en openbaar vervoer de voordelen van de trouwe tweewieler des te meer…..

Vanmiddag gaan we voor een zoutbad in de Dode Zee, en morgen (roffel roffel roffel) fiets ik de laatste etappe van 80 kilometer naar JERUSALEM!!!!!!!!!!!!

Word vervolgd!

WP
+ vele nieuwe pixels online!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Iraq (Kurdistan)

4 september – Irak (Kurdistan)
Wonderschone bergen, onontdekte wildernis, sublieme gastvrijheid, Kalashnikovs, vele arrestaties, PKK guerilla’s, een nieuwe Kermis-theorie, Peshmerga checkpoints, spionage beschuldigingen en heel veel kopjes thee! Mijn wilde tijd in Iraaks Kurdistan vergeet ik niet snel meer…

Irak is de oorsprong van de beschaving. In de geschiedenis beter bekend als Mesopotamie. Het wiel en het schrift (!!!) zijn hier uitgevonden en hier huisden ooit de legendarische Toren van Babel, het Hof van Eden en de Hangende Tuinen van Babylon. Tegenwoordig is de realiteit iets minder, mede te danken aan het jarenlange schrikbewind van Saddam Hussain. De lange oorlog tegen Iran in de jaren ’80, de Golfoorlog in de jaren ’90 en de Amerikaanse invasie van 2003 hebben enkel verwoesting en ellende gebracht in het land dat ooit de hoogste beschaving ter wereld was. Kurdistan, een regio in het noorden van Irak, is een gebied met een eigen regering, leger, wetten en grenzen. Hier wonen de Koerden, een volk anders dan de Sunni en Shiite Arabieren die de rest van Irak bevolken. Sinds kort is dit deel ‘veilig’ verklaard. Ik had me vantevoren goed ingelezen en kwam tot de conclusie dat nog niemand hier met de fiets heeft gereisd. Fietsen in Irak. Iemand moet de eerste zijn en dus ging WP op pad voor een 10 daags avontuur in Iraaks Kurdistan!

In Dohuk nam ik een welverdiende rustdag want de bergen in Turkije hadden hun tol geeist op mijn verzuurde benen. Ik hing wat rond in de bazaar en dronk verscheidene fruitshakes, die in dit land erg lekker zijn! ‘S avonds bezocht ik de lokale kermis, die het hele jaar door open is. Heb ik toch nog wat van de kermis-sfeer kunnen proeven dit jaar! Uit dit bezoek ontwikkelde ik een nieuwe theorie: op vakantie gaan in Irak komt in principe op het zelfde neer als 4 dagen lang de Volendammer Kermis vieren, dat ook best bestempeld kan worden als ‘gevaarlijk’. Tijdens het kermis vieren kan men gaatjes in de tanden krijgen door teveel suikerspinnen en oliebollen eten. De kans op een drug of alcohol vergifting is heel groot. Men kan gehoorbeschadiging oplopen door het dronken gebral dat aan de lopende band in de oren word geschreeuwd. Men kan levensgevaarlijk letsel oplopen door dronken van de dijk te tuimelen. Maar het meest gevaarlijke, boven alles, is de kans op het krijgen van een hartaanval door het luisteren van verschrikkelijke kermis-muziek. In Irak, daarentegen, weet je precies in welke steden de extremisten westerlingen gijzelen, martelen en vermoorden. Dus als men deze steden vermijdt, en binnen de paden van Irakees Kurdistan blijft is de garantie op een top-vakantie de volle 100%!! En ze hebben dezelfde kermis attracties als in Volendam!!!

Afijn, ik steeg weer in het zadel voor mijn eerste etappe door Kurdistan. Na flink veel klimmen bereikte ik na een paar uur het dorpje Amedi, gelegen op een hoog bergplateau met een mooi uitzicht over de uitgestrekte vallei. Na een kort bezoek daalde ik verder af en volgde een route door deze schitterende vallei, parallel aan de Grote Zab rivier. In het stoffige stadje Barzan was ik van plan de nacht te eindigen maar helaas pindakaas (unfortunatly peanutbutter), er was geen hotel te vinden. Inmiddels was het donker geworden en ik fietste nog 15 kilometer verder naar het stadje Ble, waar volgens een lokal wel een hotel was. ik vond het hotel maar de prijs was ver boven mijn budget maar omdat het al nacht was mocht ik van de Duitse eigenaresse in de tuin kamperen. Gratis en voor niets! Natuurlijk laat niemand ‘s avonds laat een zweterige fietser na ruim 140 kilometerin de kou staan als het er op aan komt. Tijdens de zonsopgang weer vertrokken en dezelfde route verder gevolgd langs de ravijnen van de Grote Zab die steeds mooier en mooier werd. Na de beklimming van een steile 10 kilometer lange bergpas bereikte ik de drukke weg richting de Iraanse grens. Deze weg word de Hamilton Road genoemd, vernoemd naar zijn Nieuw Zeelandse bouwer die deze weg begin vorig eeuw aanlegde. De weg liep dwars door Gali Ali Beg Canyon, een van de meest spektaculaire canyons van het Midden-Oosten. En niets was minder waar. Het was flink klimmen en zweten maar ik werd beloond met fenomenale uitzichten over ruige massieve ravijnen.

WP + Kalashnikov (geleend van soldaat)

kalashnikov

De Hamilton Road bestaat uit de Lower en Upper sectie en ik volgde de Upper sectie. Na een uur of wat bereikte ik de Bekhal watervallen, waar het een drukte van belang was met Iraakse toeristen. Na weer een klim bereikte ik Rwanduz, wederom weer een stoffig stadje. Alle steden in kurdistan kunnen beter worden omschreven als vrij ‘stoffig’. ik vroeg de weg aan een jongen en die nam me mee naar een huis waar een man goed Engels sprak. Ik werd meteen uitgenodigd door de familie om te blijven eten en wat bij te praten. Super leuk. Van de gastvrijheid van deze mensen kunnen wij in het kille westen nog veel leren. Ik verliet Rwanduz en fietste verder over de Hamilton Road door een vallei die de Chowan rivier volgde richting de Iraanse grens. Net voor zonsondergang vond ik een mooie kampeerplek bij de rivier waar ik heerlijk kon zwemmen en mezelf schoon kon schrobben. Na een mooie rustige nacht onder een heldere sterrenhemel vertrok ik om verder te fietsen. Bij een Peshmerga checkpoint ( Koerdische Onafhankelijkheid Strijders) kreeg ik van de soldaten een gratis ontbijt en twee kopjes thee! Vanaf dit punt verliet ik de Hamilton Road om de weg richting Sangarsam te volgen. Bij een ander Peshmerga checkpoint was het iets serieuzer. Hier werd ik een uur lang vastgehouden en mijn tassen werden leeg gehaald, ter controle. De met Kalashnikovs bewapende soldaten alhier moesten een telefoontje plegen met een hoofdkantoor om mij toestemming te verlenen om dit checkpoint te passeren. Wat bleek, de vallei werd vanaf hier gecontroleerd door de PKK, een militante gewapende groepering die al jaren streeft om een eigen Koerdische staat te stichten in Oost-Turkije en delen van Noord-Irak. De PKK word door de EU en de VS gezien als een terroristische organisatie die met drughandel en smokkel word gefinancieerd. Nou ja, wist ik veel, dacht ik, die PKK zijn volgens mij gewoon ”Chille Bazen” dus omkeren is geen optie. Omkeren om wat voor redenen dan ook is nooit een optie, dat is mijn welbekende fietsers moraal. Niets bleek minder waar te zijn, want nadat ik toestemming had gekregen om de vallei verder in te fietsen en na een paar kilometer het eerste PKK checkpoint bereikte werd ik vriendelijk ontvangen. Deze drie soldaten met het PKK logo op hun arm en de Kalashnikov om hun schouders waren blij verrast een toerist te zien , als ze die al ooit gezien hadden, en ze stelden zichzelf netjes voor als ”PKK guerilla’s’. Ook zij moesten eerst een telefoontje plegen. Ik kreeg de telefoon in mijn handen gedrukt en iemand die vloeiend Engels sprak van het ogenschijnlijke PKK hoofdkantoor aan de lijn: ‘Your free to cross this valley, no problem’. Kijk dat is nog een leuk! Die guerilla strijders zijn geen kwade geesten, dat zijn gewoon lieve mensen die streven naar autonomie in hun door grootmachten onderdrukte leefomgeving. Niet dat ik bomaanslagen en terrorsime goedkeur, dat zeker niet, maar het bewees wel dat deze mannen dus echte ”Chille Bazen” zijn!

Vrolijk fietste ik verder door een ruige vallei, de voorlopers van het massieve Zagros gebergte dat zich uitstrekt over de gehele lengte van de Iraaks/Iraanse grens. Ik rolde rustig omhoog en omlaag verder langs dorpen waar ik vriendelijk werd toegezwaaid en na een uur of wat trapperen bereikte ik weer een PKK checkpoint. De guerillastrijder die de boel bewaakte had de perfecte kenmerken van een echte guerilla-strijder. Een wilde baard, een PKK tulband om zijn hoofd, bloed doorlopen rode ogen en natuurlijk de Kalashnikov om zijn schouder. (Wisten jullie lieve lezers ook dat de Kalashnikov, ook wel bekend als de AK47, lijkt op het Oog van Horus, Egyptische G
od van Oorlog en Jagen. En dat er volgens schattingen 100 miljoen exemplaren in de wereld van in omloop zijn! Wijsheden geleerd van Genesis P Orridge…) Deze ‘baas’ was ook weer bijzonder vriendelijk en sprak goed Frans, en daar kwamen die Franse lessen van afgelopen jaar weer goed van pas! Bij dit checkpoint kreeg ik verfrissend koud water uit een emmer met ijs. Ik sta daar altijd weer versteld van hoe op de meest afgelegen plekken mensen emmers met ijs klaar hebben staan… Na dit checkpoint begon er een legendarische afdaling. Foto’s zeggen meer, check dit>>>

Downhill in PKK valley

iraq downhill

Binnen enkele ogenblikken fietste ik door de bodem van de vallei en ik passeerde een groot Unicef vluchtelingen tentenkamp. Het leek half bewoond want op een paar tenten na zag het er een beetje uitgestorven uit. Toch zet zo’n tentenkamp je aan het denken, tot voor kort leefden hier waarschijnlijk duizenden ontheemde vluchtelingen uit alle delen van het land voor ik weet niet hoe lang onder zware omstandigheden, helemaal in de winter want dan is het hier waarschijnlijk flink koud. Ik verliet het PKK gebied want ik passeerde weer een ‘normaal’ Peshmerga checkpoint. Geen probleem om te passeren en even later zat ik het stadje Sangarsam rustig aan een kebab te knagen. Opeens stopte er een auto met 4 gewapende Peshmerga soldaten uit en stormden het restaurantje binnen! Ze moesten mij hebben en bijna verslikte ik mezelf in mijn spies met schapenvlees. Het waren dezelfde soldaten van het vorige checkpoint en ze wilden ter controle nog een keer mijn paspoort zien. Maar wel, nadat ik klaar was met eten, dus bleven ze netjes buiten staan wachten. Eten is heilig in deze cultuur! Wederom geen probleem met deze soldaten en ik kon verder gaan. Ik bereikte een splitsing en ik koos om de route te nemen die rond het Dokan meer zou gaan. Hierbij zou ik volgens mijn kaart de grens met Iran hemelsbreed op zo’n 20 kilometer afstand passeren. Geen probleem, dacht WP. Achteraf een keuze die me een dag lang wel in de problemen zou brengen…..

In het stadje Qalamardz vroeg ik de weg aan twee soldaten en je raad het al: ik werd meteen meegenomen naar het lokale politiebureau om te registreren en te vertellen wat ik aan het doen was op mijn fiets in deze regionen. Wederom kon ik mijn tocht voortzetten na een lach en een kopje thee in het politiebureau en vervolgde mijn tocht over een onverharde, slechte weg naar het dorpje Isawa. Het werd al donker en de weg werd al slechter. Een familie stopte in de auto en bood me onderdak en eten aan voor de nacht, ik zou Isawa toch niet halen over deze slechte weg want het was nog ruim 15 kilometer. Hupsakee fiets acherin de laadbak en op naar Isawa want zo’n aanbod sla je niet af als je ergens in the ‘Middle Of F**kicng Nowhere’ verzeild bent geraakt. Bij het eerstvolgende Peshmerga checkpoint werd ik verzocht uit te stappen. Ik mocht niet verder, ik kwam te dicht bij de Iraanse grens volgens de soldaten. Vanuit het niets kwam er weer een andere soldaat aanlopen en die gaf wel goedkeuring om door te gaan. VAAG… De familie in de auto was door alle comotie inmiddels met de noorderzon vertrokken en ik was weer terug bij af. Ik fietste verder en na een halve kilometer kwam er weer een 4WD met bewapende soldaten aanscheuren, en werd ik op een vriendelijke manier gearresteerd, ingeladen en meegenomen naar de kazerne in Isawa. Hier kreeg ik een douche aangeboden, een warme maaltijd en een bed. Het bed werd buiten neergezet zodat ik in de openlucht moest slapen. Een paar andere bedden werden ook buiten gezet voor de soldaten die mij moesten bewaken. VREEMD… Na het eten werd ik verzocht te gaan slapen maar dat ging een beetje lastig met een paar soldaten die om en op mijn bed gingen zitten met hun Kalashnikov op scherp….. VAGER DAN VAAG… Uiteindelijk toch in slaap gevallen….

Volgens mij slapen deze gasten ook met hun Kalashnikov in bed want toen ik rond het ochtendgloren wakker werd stonden deze knakkers al bewapend en in uniform nieuwsgierig om mijn bed mij verveeld aan te gapen. Deze dag die ging komen zou ik niet snel meer vergeten….. Ik werd in gebarentaal verzocht aanstalte te maken en binnen 10 minuten zat ik weer met de Koga achterin dezelfde 4WD te hobbelen over een extreem slechte onverharde bergweg. Een van de soldaten zei: ‘bordershop’, en we passeerden een open veld met een slagboom waar stapels kartonnen dozen met verpakte goederen, talloze wasmachines en andere electronica grofweg lagen opgestapeld in de buitenlucht, bewaakt door obscure mannen met de welbekend Kalashnikov over de schouder. Deze ‘bordershop’ was schijnbaar niet al te zuivere koffie en waarschijnlijk een van de vele achterdeur ingangen tussen Iran en Irak. Na een groet en zwaai reden we verder naar beneden langs een vallei met een rivier. De ene kant van de vallei was Iran en de andere kant waarop wij reden Irak. Ze logen er dus niet om, dit was dus echt het grensgebied en ik begreep nu waarom ik hier niet alleen langs kon fietsen. Mijn kaart heeft me flink in de maling genomen… De puinweg liep onderin het dal dood op dezelfde rivier. Ik werd verzocht uit te stappen en met de fiets op mijn rug de rivier over te steken. Een van de soldaten hielp me met de oversteek en nadat ik half nat de rivier over was gestoken en mijn fiets op het droge had, keerde de soldaat weer terug met zijn kompanen. Over ‘ver van huis weg’ gesproken…. Vanaf hier kon ik de weg aan deze kant van de rivier verder volgen maar natuurlijk, je raad het al, begon hier de ellende pas echt. Na 7 kilometer te hebben gefietst kwam er uiteraard WEER een grote 4WD aanrijden met achterin 2 bewapende militairen. Ik werd weer op een vriendelijke manier gearresteerd en meegenomen naar een checkpoint, een paar kilometer verder op dezelfde weg. Ik dacht hier wel even binnen een kwartiertje weg te zijn maar oh oh ik zat goed fout hier. Het kwartiertje werd een uurtje en het uurtje werden 3 uurtjes. Via een prehistorisch radio systeem werd mijn situatie uitgelegd aan het ogenschijnlijke hoofdkantoor. De hoofdofficier lag nog op bed dus ik moest wachten tot 10 uur. Ik werd ongeduldig want ik zat nu al 3 uur vast in dit checkpoint en ik stond erop om verder te gaan. Na wat kabaal te hebben gemaakt werd me duidelijk gemaakt in te stappen en de tocht naar het politiekantoor in Mawat met de 4WD te doen. Ik zeg het niet graag maar ik was achteraf toch wel blij om in deze sterke auto te zitten want de wereldberoemde ”Most Dangerous Road in the World” in Bolivia, waar ik ook overheen ben gereden, was een zebrapad vergeleken met deze 30 kilometer lange puinweg strak omhoog en omlaag door een ravijn met diepe kloven waarvan ik zelfs een beetje duizelig van werd. Dit had zekers een volle dag keihard zwoegen geweest met de Koga door de kiezels en grind…als de banden het al hadden getrokken en zonder genoeg proviant aan boord….
Aangekomen in Mawat op het politiekantoor aldaar werd ik weer door een leger zwaar bewapende nieuwsgierigen ondervraagd en gewezen op mijn 2 jaar oude Iraanse visum die ‘toevallig’ naast mijn Iraakse visum was gestempeld. Dit hielp de situatie duidelijk niet mee…. Daardoor ontstond er argwaan omdat dit de enige Arabische letters in mijn paspoort waren die zij uiteraard konden lezen. Ik probeerde via mijn kaarten uit te leggen dat ik helemaal uit Holland was komen fietsen en dat klonk in hun ogen helemaal ongeloofwaardig. ‘I’m a tourist, I’m a tourist’ !!! ‘No, No, you no tourist, you no tourist’.

Gali Ali Beg Canyon

gali ali beg canyon

Gadverdamme, ze dachten zeker dat ik een Iraanse spion was die de Iraaks-Koerdische bergen in kaart komt brengen. Waarschijnlijk kennen ze geen Google Earth en iemand op een fiets al helemaal niet. Toch was er geen agressie in het spel en werd ik vriendelijk en met een lach ontvangen en kreeg ik eten, cola en sigaretten maar tot vervelends aan toe sprak er niemand Engels. Na 2 uur als speelbal te hebben gefunctione
erd werd ik WEEEEEEER ingeladen in een 4WD en onder bewapend escorte naar de volgende politiekazerne gebracht in Chwarta. Daar bij de district officier op visite geweest met wederom weer thee en sigaretten. Deze hooggeplaatste vertrouwde het zaakje al helemaal niet en ik werd WEEEEEEEEEEEER ingeladen en naar een andere poltiebureau gebracht. Hier werden mijn tassen grondig gechecked op alles dat ik bij me had en moest ik zelfs de foto’s op mijn harde schijf en camera kopieeren naar de computer van het politiebureau. De rest van mijn bezittingen werd grondig gedocumenteerd. De Mikov (mijn trouwe overlevingsmes) werd natuurlijk als verdacht aangeschreven maar gelukkig had ik een zakje met tomaten en paprika’s bij me zodat ik in gebarentaal kon uitleggen dat de Mikov word gebruikt als groentemes voor ‘ Di Pasta’ en niet om keeltjes mee door te snijden. De klok tikte vrolijk maar tergend langzaam verder maar uiteindelijk, aan het einde van de middag werd besloten om mij naar Suleymani te brengen, de 2e grootste stad van Irakees Kurdistan. Mijn fiets en tassen werden overgeladen in een andere leger Jeep en ik werd onder begeleiding van 2 met kalashnikov bewapende soldaten naar de hoofdkazerne van Suleymani gebracht, dat meer leek op een onneembare militaire basis in het midden van de stad. Ik heb niks tegen bewapende soldaten maar toch is het best wel irritant om ze steeds maar die vinger op de trekker te zien houden, klaar om meteen te schieten mocht het mis gaan. Ik was inmiddels al 150 kilometer van mijn arrestatiepunt vandaan… In de hoofdkazerne aangekomen werd ik naar het kantoor van wat waarschijnlijk de hoofdofficier was. Deze man sprak godzijdank Engels en eindelijk kon ik mijn situatie uitleggen, Met een stalen gezicht hoorde hij mijn verhaal en ik vermoedde dat hij twijfelde. Ik werd verzocht nog eenmaal een uitgebreidde ‘investigation’ te ondergaan en mij in de politie-database op te nemen. In ieder geval weten ze in Irak nu dat Anneke Pen in een kaaswinkel in Edam werkt, hoe je p-l-u-v-i-e-r-p-l-a-n-t-s-o-e-n spelt in het Arabisch, mijn blonde haar niet nep is en dat WP niemand minder is dan een jongen uit een apart, oerhollands vissersdorp die gewoon graag een stukje fietst, het liefst door afgelegen gebieden. Toen deze ellendige bureaucratische marathon ten einde kwam zei de hoofdofficier: ‘we apologize for this inconvenience, but you must understand, the situation in this country, its not like yours at home. Your free to go now, enjoy Kurdistan, your most welcome!’. WAT EEN VERADEMING was dat zeg na ruim 12 uur lang detentie, 5 poltiekazerne’s en ontelbaar veel verhoor en bureaucratie!! Ik pakte mijn spullen en fietste de vrijheid tegemoet. Wat een fijn gevoel geeft dat, om gewoon lekker vrij te zijn! Ik ben weer even met mijn neus op de feiten gedrukt dat ik blij moet zijn dat ik kan gaan en staan waar ik wil, want dat besef je na zo’n extreme dag als deze des te meer!! Met dank aan een verkeerd genomen route, een oud Iraans visum, een slechte kaart en een gros paranoide soldaten! Ik kon het motief tot arrestatie van ondergetekende best begrijpen want ze zien niet iedere dag een Alien in een Tweewielerig Ruimteschip voorbij rijden in een van de uithoeken van het land dat nog geen toerisme kent, laat staan fietstoerisme. Dus ja, ik kon het best begrijpen dat ik een beetje verdacht was…. dikke schuld grote bult ofzo…..

In Suleymani vond ik een kleurrijk hotel vlakbij de levendige bazaar en ik werd meteen als vanouds weer aangesproken door de meest vriendelijke mensen. Dat doet je goed na zo’n dag en ik genoot van een extra groot portie kebab, die had ik wel verdiend! Na een welverdiende nachtrust besloot ik om een rustdag te nemen. Suleymani is best een leuke stad om een dagje rond te slenteren in de gezellige bazaar waar men werkelijk alles verkoopt. Ik bezocht ook de zogenaamde ‘Amna Suraka’ (Red Security), destijds het hoofdkwartier van Saddam Hussains gevreesde ‘Mukhabarat’. Dit complex van gebouwen is tegenwoordig een museum, ter nagedachtenis van de gruwelijke taferelen die zich hier hebben afgespeeld. Hier werden tijdens het welbekende verschrikkelijke regime duizenden Koerden gemarteld en gedood door Saddams doods-eskader. In de tuin van het complex staan tanks en ander afweergeschut uit de vele oorlogen. De kogelgaten en granaatinslagen in de muren van de gebouwen waren ook nog duidelijk te zien. Binnenin bezocht ik de martelkamers en het cellencomplex. Net zoals bij de Tuol Sleng gevangenis in Phnom Penh (Cambodja) kreeg ik ook hier weer de rillingen over de rug en je voelt gewoon de horror die zich heeft afgespeeld. Saddam Hussain is een van de meest zieke mensen uit de recente geschiedenis, dat staat wel vast. Hij gebruikte zelfs chemische wapens om complete Koerdische dorpen met gifgasaanvallen van de kaart te vegen…

Ik verliet Suleymani om verder te fietsen naar Erbil. Het werd een lange dag met weer vele checkpoint met paspoort controle’s en dezelfde vragen beantwoorden. Onderweg werd ik zelfs nog een keer aangehouden door de ‘Asaish’, de Iraakse veiligheidspolitie in burger maar gelukkig sprak een van hen Engels en kon ik doorfietsen. De weg die ik volgde was vrij druk met veel verkeer en ik passeerde de steden Koya en Dokan. In de buurt van een olieveld sloeg ik net voor zonsondergang mijn tent op bij een betonnen waterput op een heuvel vlakkbij een dorpje. Toevallig sijpelden er druppeltjes water uit een van de pijpen en dat was na het vullen van mijn flessen net genoeg om mij te voorzien van een frisse douche. In deze droge gebieden is water enorm schaars dus mijn overlevings instinct loog er niet om deze dag! Het gerinkel van bellen maakte me vroeg wakker want er liep een grote kudde geiten met een verbaasde herder rond mijn kampeerplek. Snel ging ik er weer vandoor en 50 kilometer later fietste ik Erbil binnen. Erbil claimt tezamen met nog een paar andere steden in het Midden-Oosten de oudste constant bewoonde stad ter wereld te zijn. De geschiedenis van deze plek gaat zo’n 8000 jaar terug in de tijd, ongelooflijk maar waar! Ik had een volle dag om de boel te bekijken maar verder als de oude onbewoonde citadel en de bazaar was er verders niet zo heel veel te beleven. Wel kan ik met zekerheid zeggen dat de broodjes shoarma de lekkerste zijn die ik ooit in mijn leven gegeten heb. Dankzij de hulp van Ismail, een Nederlandse Koerd uit Haarlem, kon ik de volgende dag voor een spotprijs een gedeelde taxi naar de grens nemen. Mijn visa zou deze dag afgelopen en de veel te drukke 250 kilometer lange woestijnweg terug naar de grens was, zoals verwacht, niet om over naar huis te schrijven. De chauffeur gaf plankgas maar, je raad het al, de vele checkpoints, paspoortcontrole’s en ondervragingen maakten het ritje evengoed nog 4 uurtjes. Bij de grens moest ik nog eenmaal door de zure appel heen bijten. Aan de Iraakse kant veel bureaucratie en gevraag en eenmaal aan de Turkse kant werden weer mijn tassen binnenstebuiten gekeerd en moest ik weer dezelfde vragen beantwoorden die me al 10 dagen lang iedere dag gesteld werden. Ik moest bijna KOKHALZEN…. Ik was blij dat het allemaal achter de rug was toen ik Turkije binnen fietste. Blij om uit Irak te zijn. Ik heb een onvergetelijke 10 dagen gehad, veel mooie dingen gezien en meegemaakt en genoten van de Koerdische vriendelijkheid en gastvrijheid maar dit land is , op mijn eigen ervaringen afgaand, nog niet klaar voor toerisme. Buiten de bergen om zijn het land en de steden enorm vervuild en is het overal stoffig en grauw en de ontelbaar vele checkpoints en militaire aanwezigheid geven je constant een benauwd gevoel. Ik kan geen checkpoint of passpoortcontrole meer zien…..Irak is een land van ongekend natuurschoon, belangrijk werelderfgoed en een uiterst vriendelijke bevolking. Toch zullen eerst die donkere wolken die al jaren boven dit land hangen weg moeten trekken om er ooit een toeristische trekpleister van formaat van te maken…..Wie weet wat de toekomst brengt…..

Vanuit Silopi pakte ik een bus terug n
aar Sanli Urfa. Deze weg heb ik al gefietst en ik vind het verspilde tijd en energie om nogmaals een 350 kilometer lange woestijnweg te berijden. Vanuit Sanli Urfa begon ik gisterochtend aan een frisse start en vol goede moed. Het was slechts 55 kilometer naar de grens met Syrie. Net voor Aksacale, het grensstadje, zag ik een hoogst opmerkelijk tafereel: iemand reed op een brommer met een dode hond aan een touw die hij over het wegdek sleepte. De verbazing sloeg toe want dit heb ik echt nog nooit in mijn hele leven gezien, en ik heb al heel veel vage dingen gezien kan ik je zeggen! 5 minuten later ging ik meteen door voor de hoofdprijs. Een man reed met een jongetje achterop zijn brommer, op ongeveer 50 meter afstand voor mij. Een auto kwam inhalen en maakte een rare manoevre en schepte de brommer. De brommer klapte dubbel en de man en het jongetje werden via een grote sprong door het luchtruim op het asfalt gelanceerd. De auto raakte in een slip, reed over de stoep en dwars door een stenen muur heen. PATS BOEM KLAP STOFWOLK…. 3 seconden later was het over…. Dit alles gebeurde dus recht voor mijn snavel en ik stond plotseling zwaar in shock te kijken naar een man en een jongetje met zwaar letsel badend in plassen bloed. Vele omstanders snelden bij en voerden het jongetje af in een auto. De man blies volgens mij zijn laatste adem uit en de man in de auto had een gebroken neus en een gezicht vol bloed maar was gelukkig wel uit de auto komen rennen, hij mankeerde weinig. Na 10 minuten kon ik niets anders doen dan verder fietsen en de ambulance en de omstanders achter me laten. Ik heb vaak de aftermat van een ongeluk gezien maar nog nooit een ongeluk daadwerkelijk zien gebeuren. Geloof me, daar word je niet vrolijk van….. en van dooie honden achter brommers aan slepen ook niet. Het was een rare ochtend…..

De Syrische grens werd overgestoken, land nummer 16 alweer. Al voor binnenkomst hing er een vreemde stofwalm over deze vlakte. Zo droog als het hier is heb ik het nog niet meegemaakt. De zon kwam er nauwelijks doorheen en het zicht was slechts een paar honderd meter. Misschien de nasleep van een zandstorm, wie het weet mag het zeggen. Geen bergen te bekennen, en dat vonden de benen wel eventjes lekker. Met een gangetje van 25 km/h rustig een paar uurtjes doorknallen is op zijn tijd ook niet verkeerd. De vreugde was helaas van korte duur. Een onvindbaar geniepig staalspinterstje gooide roet in het eten want ik reed tot tweemaal toe lek. Later op de dag kwam er nog een probleem om de hoek kijken: de knaken. Ik had vernomen dat er in Syrie dollars worden geaccepteerd. Misschien bij de toeristenhotels in steden maar natuurlijk niet bij een minimarket in een piepklein stofdorp. Bij de grens was het niet mogelijk om te wisselen of pinnen en dus reed ik met genoeg geld, maar zonder Syrisch geld door dit woestijnlandschap met een maag die al meer begon te knorren. Met ruim 145 kilometer op de teller en nog ruim 150 te gaan naar Aleppo, de eerste grote stad, om 4 uur in de middag wist ik al dat dit verkeerd ging aflopen… En toen, als reddende Engel, kwam mr Khalid aanrijden in zijn grote tankwagen! Bij het tankstation van mr Khalid had ik een paar uur daarvoor mijn band geplakt en hij stopte om te vragen of ik soms mee wilde rijden. Het was kiezen: zonder eten, drinken en geld overleven op een 150km lange woestijnweg of 2 uurtjes met mr Khalid meerijden naar de bank in Aleppo. Het werd de laatste keuze, uiteraard. Mr Khalid was een ‘Chille Baas’ en meteen ervaarde ik de Syrische gastvrijheid. Hij trakteerde meteen op een koude fles water en wat blikjes en sigaretten. Onderweg legde hij me uit in Arabisch (hij sprak geen Engels) hoe leuk Syrie, over zijn avonturen als chauffeur in Irak, Egypte en Libie en dat ik toch echt de Koran moest gaan lezen, want dat Boedhisme is toch maar niks. Ruim 2 uur later werd ik afgezet in Aleppo, mijn huidige lokatie. Aleppo dingt ook mee in het rijtje ‘oudste steden ter wereld’. De gigantische bazaar waar ik gister al in verdwaald raakte met mijn fiets heeft een oppervlakte gelijk aan Volendam. Ali Baba en 1001 nachten, dat sfeertje. Meer nieuws volgt….

P1040181

Syrie belooft veel goeds. Hier begint het ‘echte’ Midden-Oosten. Op naar het volgende avontuur!

Insh’Allah!

WP

Posted in Uncategorized | 1 Comment